Verslag FAVV-Dierenartsenverenigingen 5 november 2019

 

VERGADERING FAVV-DIERENARTSENVERENIGINGEN

 

Verslag van de zesmaandelijkse vergadering van het FAVV met de dierenartsensyndicaten die plaats had op 5 november 2019.

 

Aanwezig waren:

 

FAVV: voor DG Controle JM Dochy, Directeurs NICE Jos Dusoleil en Paul Mullier, LCE-Hoofd OVB Lieven Vandemeulebroecke en voor DG Controlebeleid JF Heymans

 

Dierenartsen: Koen Rogge (IV-DB), Chris Landuyt (VDV) en Raf Deconinck (NGROD)


Voor de tweede keer was er op voorhand overleg tussen IV-DB en VDV over de te agenderen punten zodat een gezamenlijk standpunt kon ingenomen worden waar nodig. Op de vergadering kon aldus weer met één stem gesproken worden.


De volgorde van deze zesmaandelijkse vergaderingen is altijd dezelfde, eerst stelt het FAVV zijn punten voor, vaak technische zaken, waarna de punten van de beroepsverenigingen aan bod komen.

 

Hierna volgt een bondige samenvatting van de besproken punten.


Op financieel gebied werd de berekening van de aanpassing van de honoraria aan het gezondheidsindexcijfer voor 2020 voorgesteld: voor de honoraria is dat € 46,00 (+€ 0,30) en voor het supplement TRACES certificaten € 11,61 (+ € 0,08). Dit was wel een kleine verrassing (ontgoocheling) want de schatting van deze cijfers in mei lag toch wat hoger. Door de syndicaten werd nogmaals benadrukt dat deze jaarlijkse indexatie van de honoraria onafhankelijk staat van de andere financiële verhogingen waarvoor zij vragende partij zijn. In dat kader werd door JM Dochy gemeld dat een brief opgesteld werd om de vergoedingen op te trekken tot € 49,26, in lijn met wat de inspectie dierenwelzijn wil betalen. Deze brief is eerst vertrokken naar de Inspecteur van Financiën, met zijn fiat teruggekeerd en nu klaar om naar de Minister verstuurd te worden.

 

In de uitvoeringsovereenkomst (UO) komt nu ook de beloofde 50% extra vergoeding voor nacht- (tussen 22 en 6) en weekendwerk. Dit werd goedgekeurd op de ministerraad van juli ll.


In die UO komt ook een passage waarbij de BMO die inspecties voor TRA uitvoert zich ertoe verbindt de operator niet op voorhand van zijn komst te verwittigen. De invoeging van deze passage is het gevolg van de FIA-audit die vorig jaar uitgevoerd werd. Dit leidde tot een heftige discussie over het feit dat een BMO, in tegenstelling tot een inspecteur-ambtenaar, geen enkele vergoeding ontvangt wanneer hij voor een gesloten deur staat. Ons voorstel was om in zo’n geval de kilometers te vergoeden en 1 uur verloren tijd, wat zeker niet teveel gevraagd is. Uiteindelijk was Dr. Dochy bereid als compensatie een voorstel uit te werken waarbij de BMO in TRA vermoedelijk een aantal extra uren zou uitbetaald krijgen en zijn volledige kilometers.

 

Nog wat betreft de kilometervergoeding in TRA: het probleem van de verschillende BTW-tarieven op de kilometervergoeding bij PRI (6% BTW) en TRA (21% BTW) werd deze zomer  voorgelegd aan de FOD maar er is nog geen oplossing. Een mogelijke volledige vergoeding van de kilometers in TRA zou mogelijks hier toch voor wat compensatie kunnen zorgen.

 

In de UO komen ook nog enkele kleinere wijzigingen, echter zonder veel impact voor de BMO.

 

Ook een aantal andere documenten ondergingen een kleine wijziging. Een aantal fiches werden  wat bijgewerkt (begeleidingsfiche certificatie en TRA inspectie) maar dit ging zo goed als altijd over kleine aanpassingen, nergens fundamentele wijzigingen. In  de verklaring die de BMO ondertekent bij zijn aanstelling wordt een clausule opgenomen over GPDR:  “Gaat NIET of WEL akkoord conform de GDPR dat zijn gegevens (t.t.z. naam BMO, GSM, adres, e-mailadres) gedeeld mogen worden teneinde het FAVV in zijn hoofdopdracht van het garanderen van de voedselveiligheid te doen slagen”. Het laatste deel leek ons slecht geformuleerd en absoluut overbodig. Uiteindelijk zal dit vervangen worden door een passage waarin de missie van het FAVV vermeld wordt (is blijkbaar een vereiste).

 

Een belangrijke discussie was het respecteren van het urenquotum, een actueel thema. Vorige week werden een aantal BMO gevraagd hun uren te beperken in november en december omwille van de overschrijding van de 114 uren-norm.

 

Daarom eerst een opfrissing, een uittreksel uit procedure 4 hierover:

 

UO Art. 2. “Het LCE–hoofd verdeelt de taken onder de BMO’s, in functie van hun bekwaamheden, ervaring, beschikbaarheid en af te leggen afstanden.  De BMO’s mogen maandelijks maximum 114 uren presteren (gemiddelde berekend op jaarbasis). De uren gepresteerd door de administratief verantwoordelijke (AV) voor het lastenboek I “Administratief verantwoordelijke” worden niet meegeteld in deze berekening. De uren voor certificering in het kader van lastenboek VI/X “Certificering en andere specifieke opdrachten” worden eveneens uitgesloten bij deze berekening. Echter, de BMO’s die certificeringsopdrachten uitvoeren in het kader van lastenboek V “Controle bij een scheepsbevoorrader of douane-entrepot” en lastenboek VII/XI “Transformatie”, mogen maandelijks niet meer dan 114 uren presteren.”

 

Door ons werd geargumenteerd: 

 

  • dat de vorige jaren  hier geen rekening mee gehouden werd (BMO tekort?) en de procedure niet toegepast werd (nu ook niet in Antwerpen, overmacht…),

  • dat de aanmaning om minder uren te doen heel laat komt,

  • dat er  problemen dreigen met opvulling werkschema’s voor AV’s (er zijn al BMO die gezegd hebben niet beschikbaar te zijn in december)

  • dat de verdeling taken volgens bekwaamheid, ervaring en beschikbaarheid moet gebeuren volgens de UO (zie uittreksel): de keurders die het meest uren presteren zijn meest bekwaam, hebben meest ervaring en zijn meest beschikbaar!

  • en dat schijnzelfstandigheid hier geen rol speelt want LB I, LB VI/X mogen “onbeperkt” uren doen.

 

Na veel discussie gaf Dr. Dochy toe dat zij intern zelf al het nut van die limiet van 114 u in vraag gesteld hebben. Van schijnzelfstandigheid heeft het FAVV geen schrik, die beperking is er vooral gekomen om situaties met “sociale gevallen” zoals ten tijde van het IVK te voorkomen. Onmiddellijke afschaffing zag het FAVV niet zitten uit vrees dat de inspecties en certificeren nog meer in het gedrang zouden komen. Daarom stelde Dr. Dochy voor op korte termijn een verfijning van deze regel uit te werken. Een voorbeeld zou kunnen zijn: de 114 u –regel afschaffen voor BMO die keuring met certificatie/inspectie combineren. Wij wachten op hun voorstel.

 

Ook de Brexit kwam weer kort aan bod. De aanwervingen gaan door maar het blijft moeilijk om inspecteurs-dierenartsen aan te werven. De nieuw aangeworven moeten een competentie-traject ondergaan dat voor de eerst aangeworvenen (van april-mei) nu pas afgelopen is.

 

De resultaten van de versterkte controles (VCR) in 2018 en 2019 werden voorgesteld. In 2019 zijn die controles uitgebreid naar de erkenningen gehakt vlees, vleesbereidingen en separatorvlees.

 

In plaats van 1 versterkte controle per trimester zoals in 2018 wordt nu 1 inspectie die voorzien is in het jaarlijkse inspectieplan vervangen door een VCR met scope “fraude”, die uitgevoerd wordt door de BMO. De VCR die vorig jaar niet uitgevoerd werden, o.a. door een tekort aan BMO, werden dit jaar uitgevoerd. Normaal gezien blijft de manier van werken volgend jaar dezelfde als in 2019.

 

De resultaten van de oproep voor BMO (niet-) dierenartsen die afliep op 25/01/2019 werden gepresenteerd. Bij de BMO dierenartsen werden 59 kandidaturen ontvangen, uiteindelijk werden na evaluatie 41 dierenartsen aanvaard. Daarvan hebben er 25 een RO en UO ondertekend.

 

Bij de BMO niet-dierenartsen werden 6 kandidaturen ontvangen en na evaluatie 2 kandidaten aanvaard waarvan er geen enkele nu actief is.

 

De laatste oproep voor kandidaten dateert van 22/08/2019 en is pas afgesloten. Voorlopig waren er 38 kandidaturen waarvan er 36 aanvaard werden bij de BMO-DA. Bij de BMO-niet DA was er 1 kandidatuur. Deze cijfers gaan alleen over Vlaanderen.

 

Bij nieuwe oproepen van kandidaturen zal ook een tussentijdse evaluatie georganiseerd worden zodat al voor het verstrijken van de wettelijke termijn van de oproep een evaluatiecommissie al nieuwe potentiële BMO kan beoordelen en ze zo vlug mogelijk aan het werk kan krijgen.

 

De mogelijke reorganisatie van de keuring wordt voorgesteld. Bij de meeste LCE is er een tekort aan BMO, de uitstroom is groter dan de instroom. Zo is het aantal ingeschakelde BMO gedaald van 605 (2014) naar 547 (2018). Meer specifiek situeert het grootste tekort zich in Antwerpen waar een aantal inspecties en versterkte controles niet kunnen uitgevoerd worden bij gebrek aan BMO. Ook is het besef er dat een aantal lastenboeken (VI en VII) minder aantrekkelijk zijn om de gekende redenen. Daarom zijn er de laatste jaren enkele initiatieven genomen om de werkomstandigheden te verbeteren (kilometervergoeding vanaf 20 km, 50% extra voor nacht- en weekendwerk, hierboven geciteerde brief naar de Minister,…), maar deze blijken onvoldoende.

 

Ook worden de 4 mogelijkheden bekeken waarop de keuring kan uitgevoerd worden. De eerste is de huidige situatie waarbij de BMO de keuring uitvoeren in de slachthuizen en er per slachthuis telkens 5 functies uit te voeren zijn (1 AM, 3 PM en 1 AV), die , afhankelijk van de situatie, ook door 1 of 2 BMO kunnen uitgevoerd worden. Een tweede mogelijkheid is bijstand van de BMO door officiële dierenartsen. Een derde is de bedrijfsgeassisteerde keuring (BAK) die enkel geldt voor pluimvee en konijnen. Een laatste optie is het werken met rechtspersonen: de aanwerving, opleiding en financiering uitbesteden aan een VZW of een externe privé-firma.

 

Of er ooit zal moeten afgeweken worden van de eerste optie, keuring door BMO, zal de toekomst uitwijzen.

 

Op 14 december 2019 wordt de nieuwe verordening 2017/625 van kracht die VO 854/2004 vervangt. De BMO zullen de verandering niet direct voelen, vooral bij de contingentkeuring zijn er wel wat meer bepalingen bijgekomen.

 

Er staat ook een nieuw KB retributies op het programma met weinig impact op de BMO. Vooral van de operator zal één en ander gevraagd worden: betere organisatie activiteiten, vlugger doorsturen van de planning,…

 

De manier waarop de kopie’s van de documenten voor de LCE daar moeten bezorgd worden is al een tijd onderwerp van discussie. De knoop werd doorgehakt en iedereen kan kiezen tussen elektronisch doorsturen (scan), foto’s met smartphone of papieren vorm.

 

Duidelijke instructies werden opgestuurd naar de LCE over de rotaties: er wordt gestreefd naar 5-jaarlijks voor keuring en 3-jaarlijks voor inspectie/certificatie (behoudens overmacht natuurlijk).

 

De volledige neerslag van de discussies wordt door de administratie van het FAVV in detail uitgeschreven en op de website van het FAVV gepubliceerd maar dit kan nog enige tijd duren.

 

Getekend,

 

Koen Rogge

 

Chris Landuyt

 

 
 

© 2011 VETWorks - alle rechten voorbehouden.

VETWorks webdesign HTML5 Compliant